Afgelopen dinsdag en woensdag (3 en 4 juni) was er het Symposium "In Perspectief" van KVAN (Koninklijke Vereniging van Archivarissen in Nederland). Plaats delict: Het Utrechts Archief (HUA).
Ik wil het nu niet over de inhoud van het symposium hebben, maar wel over de plaats van handeling. Het Utrechts Archief is bezig met de inrichting van een publiekslokatie in de binnenstad van Utrecht aan de Hamburgerstraat. De oude lokatie van het voormalige Rijksarchief en Gemeentearchief (al weer enige tijd geleden met de nodige moeite gefuseerd tot HUA) blijft in gebruik als depot en studiezaal voor originele archiefstukken. Ik wil het ook niet hebben over de onpraktische fysieke afstand tussen "studiezaal kopiën" en "studiezaal originelen".
Spectaculair onderdeel van het symposium was een rondleiding in het gerenoveerde gerechtsgebouw waar HUA zijn etalage heeft. Het complex is gebouwd op de resten van de middeleeuwse Paulusabdij en in die resten, die nog redelijk ongerept aanwezig zijn, is een bezienswaardige educatieve tour uitgezet. De ambiance straalt historie uit, de ruwe stenen, ongelijk en tegelijk robuust, gecombineerd met de nieuwste snufjes uit de technologie.
Insteek: het verleiden van de bezoeker om op zoek te gaan naar zijn of haar verleden in HUA. Op de begane grond is dat gedaan door de bezoeker op vernuftige (digitale) wijze deel te laten uitmaken van presentaties in een ruimte die de huiselijkheid van hier, de Arabische wereld en een treincoupé verbeeldt. Het was nog niet af, maar we kregen er een goede indruk van.
Een verdieping lager begon wat mij betreft het echte spektakel. In de gewelven van de Paulusabdij waren diverse ruimtes ingericht met vitrines voor de welbekende "topstukken" die met behulp van "talking heads" meer inhoud krijgen. Een aantal schermen verderop bieden de mogelijkheid om met dezelfde "talking heads" verschillende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Utrecht (stad en provincie) te bekijken /bestuderen, gelardeerd met beelden van orginele stukken of objecten en ondersteuning met teksten. Het zag er prachtig uit, niet alleen de consoles, maar ook de presentatie via de schermen, de interface, de beelden etc.
De volgende ruimte was zo mogelijk nog spectaculairder. Hele grote touchscreens, in een ruimte met wanden waarin archiefdozen, banden e.d. het idee van een depot of een studiezaal gaven, boden de bezoeker de mogelijkheid om in enkele digitale mogelijkheden te grasduinen en persoonlijke dossiers te maken die later geprint konden worden. Heel indrukwekkend, en opnieuw werkte het al en goed!
Daarna volgde nog een ruimte waarin een film te zien was. Het idee erachter: de provincie bekijken vanaf het water. In de huidige versie voer de boot op de Vecht en op gezette plaatsen kon je door middel van een knop "uitstappen" en kennis nemen via dezelfde interface van Bella van Zuylen en haar woning, interieur, archiefstukken afbeeldingen e.d. Leuk bedacht.
Niks mis mee op het eerste gezicht.
Toch ben ik huiverig voor dit soort ontwikkelingen. Het Stadsarchief Amsterdam heeft al eerder gekozen om deels als een (digitale) kijkdoos door het leven te gaan.
Dat trekt bezoekers, je spreekt veel mensen aan op een manier die ze prettig, herkenbaar vinden. Allemaal waar.
Maar.
Mocht je door de presentatie en rondleiding bij HUA in de verleiding zijn gebracht om een onderzoek te starten, dan wacht je een hele grote deceptie. De vele 100.000den euro's die zijn gestoken in de "verleiding", zijn vanzelfsprekend niet besteed aan "het onderzoek".
Eenmaal aangekomen in de studiezaal aan de Hamburgerstraat word je teruggeworpen op een (ik moet het helaas zeggen) sfeerloze ruimte met readers, tafels, stoelen, beeldschermen, boekenkasten, microfiches (in zwart-wit) enzovoort. De bling-bling van de "verleiding" is er in geen velden of wegen te bekennen.
Ik ben benieuwd of dat tot een (sterke) groei van onderzoekers gaat leiden.
Voor mij is en blijft een archief een plaats waar je onderzoek doet. En dat onderzoek kost in de meeste gevallen tijd. Dat onderzoek is in de meeste gevallen niet of nauwelijks geautomatiseerd, gedigitaliseerd of anderzins userfriendly ingericht.
Maar het is wel spannend, intrigerend, fascinerend. Uit (een overvloed aan) informatie het antwoord op je vraag destilleren. Archiefstukken lezen die misschien alleen door de opsteller er van, een archivaris en jij als onderzoeker zijn gezien.
Dat is aanmerkelijk meer beleving dan de 100.000ste bezoeker te zijn van de presentatie van een topstuk.
Ik weet dat door mijn benadering de studiezalen van archieven niet vol gaan lopen. Is dat erg? Is het erg om iets bijzonders te bieden in plaats van weer een megahit?
Zijn er niet veel mensen op zoek naar dat bijzondere in plaats van het massale?
Laten we als archieven bijzonder blijven. Niet om elitair te zijn, niet om onderscheid naar personen, status of ras te maken, niet om mensen buiten de deur te houden. Maar om het bijzondere van een archiefbezoek te "verkopen".
Archiefbezoekers zijn producenten en geen consumenten.
Posts tonen met het label kvan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kvan. Alle posts tonen
08 juni 2008
07 juni 2007
KVAN studiedagen en Second Life
Op 30 mei 2007 was er een studiedag van KVAN in Musis Sacrum in Arnhem. Bij die gelegenheid woonde ik een presentatie bij van Christian van de Ven (werkzaam als hoofd dienstverlening bij het Brabants Historisch Informatie Centrum), die de geïnteresseerden liet zien wat er in de afgelopen jaren is gebeurd op het internet t.a.v. gebruikers van archieven. De opkomst van bulletinboards, nieuwsgroepen en van daaruit geïnspireerde hulpwebsites met handleidingen, woordenlijsten, bronnenpublicaties e.d.
Hij gaf onder meer een helder overzicht van een ontwikkeling die zich voor het grootste deel onttrok aan het gezichtsveld van de archiefdiensten. Pas in de laatste jaren zijn enkele archiefdiensten actief geworden bij dergelijke initiatieven of zijn die weg verder opgegaan door hun bronnen digitaal ter beschikking te stellen.
Inmiddels is het bovenstaande voor vele genealogen gemeengoed geworden. Zij weten elkaar te vinden en helpen elkaar verder.
De techniek holt ondertussen verder en heeft nieuwe toepassingen mogelijk gemaakt. Één daarvan is Second Life (SL), een virtuele wereld waar je gratis aan deel kunt nemen. Er is een heel scala aan mogelijkheden om daar bezig te zijn. Je bent in staat om jezelf helemaal opnieuw vorm te geven, letterlijk, en uit te dossen in de meest extravagante materialen. Deze virtuele wereld is inmiddels door vele miljoenen mensen bezocht en een groot aantal daarvan komt er regelmatig terug om tijd door te brengen, mensen te ontmoeten, te experimenteren etc.
Christian is daar ook actief als (een van de weinige) archivaris en heeft inmiddels een netwerk opgebouwd met voornamelijk bibliothecarissen. De bibliothecarissen (voornamelijk uit de Angelsaksische wereld) zijn daar al langer actief en hebben pleinen opgezet waar ze mensen ontvangen die vragen hebben. Dat kunnen vragen zijn over SL, maar ook over andere onderwerpen in het echte leven (real life (RL)).
Christian is daar actief om te ontdekken of een virtuele wereld voor archieven een plaats is om aan dienstverlening te doen en hoe je dat dan zou moeten organiseren. In dit geval is hij voorloper, in die zin dat er weliswaar veel Nederlanders actief zijn in SL, maar nog niet de archiefbezoeker als zodanig. Het is niet denkbeeldig dat dit soort virtuele werelden in de toekomst, voor de generatie die er mee gaat opgroeien, een waardevolle aanvulling wordt op het echte leven. Als de klanten van archiefdiensten daar een deel van hun leven gaan doorbrengen is het logisch dat ze daar ook vragen gaan stellen of onderzoeken willen starten of vlottrekken door contact te zoeken met mensen of instellingen die hen verder kunnen helpen.
Christian houdt zijn bevindingen niet geheim maar publiceert er regelmatig over in zijn weblog De Digitale Archivaris.
Hij gaf onder meer een helder overzicht van een ontwikkeling die zich voor het grootste deel onttrok aan het gezichtsveld van de archiefdiensten. Pas in de laatste jaren zijn enkele archiefdiensten actief geworden bij dergelijke initiatieven of zijn die weg verder opgegaan door hun bronnen digitaal ter beschikking te stellen.
Inmiddels is het bovenstaande voor vele genealogen gemeengoed geworden. Zij weten elkaar te vinden en helpen elkaar verder.
De techniek holt ondertussen verder en heeft nieuwe toepassingen mogelijk gemaakt. Één daarvan is Second Life (SL), een virtuele wereld waar je gratis aan deel kunt nemen. Er is een heel scala aan mogelijkheden om daar bezig te zijn. Je bent in staat om jezelf helemaal opnieuw vorm te geven, letterlijk, en uit te dossen in de meest extravagante materialen. Deze virtuele wereld is inmiddels door vele miljoenen mensen bezocht en een groot aantal daarvan komt er regelmatig terug om tijd door te brengen, mensen te ontmoeten, te experimenteren etc.
Christian is daar ook actief als (een van de weinige) archivaris en heeft inmiddels een netwerk opgebouwd met voornamelijk bibliothecarissen. De bibliothecarissen (voornamelijk uit de Angelsaksische wereld) zijn daar al langer actief en hebben pleinen opgezet waar ze mensen ontvangen die vragen hebben. Dat kunnen vragen zijn over SL, maar ook over andere onderwerpen in het echte leven (real life (RL)).Christian is daar actief om te ontdekken of een virtuele wereld voor archieven een plaats is om aan dienstverlening te doen en hoe je dat dan zou moeten organiseren. In dit geval is hij voorloper, in die zin dat er weliswaar veel Nederlanders actief zijn in SL, maar nog niet de archiefbezoeker als zodanig. Het is niet denkbeeldig dat dit soort virtuele werelden in de toekomst, voor de generatie die er mee gaat opgroeien, een waardevolle aanvulling wordt op het echte leven. Als de klanten van archiefdiensten daar een deel van hun leven gaan doorbrengen is het logisch dat ze daar ook vragen gaan stellen of onderzoeken willen starten of vlottrekken door contact te zoeken met mensen of instellingen die hen verder kunnen helpen.
Christian houdt zijn bevindingen niet geheim maar publiceert er regelmatig over in zijn weblog De Digitale Archivaris.
Abonneren op:
Posts (Atom)